Ik maak het uit met de Webrichtlijnen

Sorry Webrichtlijnen: het ligt niet aan jou, het ligt aan mij – het is beter als onze wegen zich scheiden. Al vóór de regering je tot een besluit maakte (in 2006) vond ik je leuk, maar ik wil me niet meer bezighouden met de prutsers en de beunhazen die van alles beloven en het niet waarmaken.

Ik ben klaar met een alt-tekst hier en een ondertiteling daar. Ik wil geen geldverslindende patstellingen op bestuurlijk niveau. Wat ik wél wil is echte dienstverlening en afgewogen communicatie.

De norm

Na een tijdje – schijnbare – vrijblijvendheid zijn vorig jaar de gemeenten gesommeerd om de toegankelijkheid te vergroten. De gemeenten lijken hier niet al te veel zin in te hebben, anders zouden er al veel meer gemeenten hun zaakjes op orde hebben. Om aan de norm te voldoen moet echt wel wat inspanning verricht worden, zeker als de missers pas achteraf – na een toetsing – aan het licht komen.

De gemeenten kijken niet echt uit naar de toetsing, en weten zelf ook wel dat ze er nog niet zijn. “Uit hun eigen onderzoek is gebleken dat het niet aan de eisen zelf ligt, maar aan een gebrek aan bestuurlijke aandacht” zegt de vice-voorzitter van Drempelvrij in een opiniestuk in de Volkskrant. De gemeenten beginnen aan de norm te morrelen en dat maakt de toetsing wat wankel.

Je hoeft de lat niet lager te leggen om te laten zien dat je bezig bent. De toegankelijkheidssituatie is namelijk al stukken beter dan 5 jaar geleden. Het is alleen niet perfect. Net zo min als de websites van de onafhankelijke inspecteurs perfect zijn.

De lobby van het waarmerk richt zich er echter op dat nog altijd treurig gesteld is met de basistoegankelijkheid en dat de burger recht heeft op een onafhankelijke keuring. De VNG stuurt een brief naar haar leden waarin zij schrijft dat op een aantal punten na de Webrichtlijnen prima in te voeren zijn. Met name het ondertitelen van films en audio worden als uitzondering op de norm genoemd. Het ministerie van BZK is natuurlijk niet blij, want je kunt niet de gemeenten geld geven en vervolgens toekijken hoe er getornd wordt aan de norm.

De norm is opgesteld met de allerbeste bedoelingen. Binnen een norm kan echter geen afweging gemaakt worden tussen bijvoorbeeld de ene en de andere video.

Normen en prioriteiten

Als een raadsvergadering alleen nog maar als beeld en geluid vastgelegd wordt, dan snijdt de gemeente niet alleen de burgers, maar ook zichzelf danig in de vingers. Het is immers voor de burger nauwelijks nog na te gaan hoe een beslissing tot stand is gekomen en welke politieke stromingen er actief waren. Binnen de gemeente wordt het snel terugvinden van de besluitvorming ook een grote klus. Verslaglegging lijkt mij niet iets waar je lichtvoetig mee om moet springen.

Het voorbeeld over de verslaglegging van een raadsvergadering is echter van een geheel andere orde dan een video vanuit een helikopter die de wethouder heeft laten maken omdat hij “leven, wonen, werken” in de citymarketing noemt. Zo’n video die gemaakt werd voor de bijeenkomst van de plaatselijke ondernemingsvereniging moet natuurlijk een prominente plaats krijgen op de homepage van de gemeente-website, zodat de wethouder ook aan zijn lieve moedertje kan laten zien welk belangrijk werk hij doet.

Voor zo’n video kun je gemakkelijk (en voor een fractie van de totale productiekosten) ondertiteling en/of een tekstverslag maken, zodat je netjes voldoet aan de norm. De vraag is echter of we echt willen dat voor zo’n video nóg meer kosten worden gemaakt. En eigenlijk is de vraag waarom deze wethouder zo veel invloed heeft op hoe de gemeente communiceert met haar burgers. Zoiets is echter niet in een norm te vatten.

En dan kunnen we nog te maken hebben met een video die gewoon zonder kosten is gemaakt bij een plaatselijk evenement. De contentbeheerder van de website maakt een mooi tekstueel verslag van het evenement voor de website en krijgt van haar collega de video. Dat zou een leuke (in feite decoratieve) aanvulling zijn bij het tekstuele verslag.

Wat moet de contentbeheerder nu doen? Als ze de video volgens de Webrichtlijnen op de site wil zetten, moet ze hem netjes laten ondertitelen en in verschillende bestandsformaten plaatsen. Anders krijgt ze er gedoe mee bij de (her)keuring. Voor haar is de meest veilige optie dus om die video niet te plaatsen, terwijl hij vooral informatie bevat die ook in het tekstuele verslag staat. Nou ja, het zaklopen was niet gemeld in de tekst en stond wel op beeld. De vraag is of die informatie relevant is voor de informatievoorziening aan de burger. En wie schiet er iets mee op als – vanwege het waarmerk – de video niet geplaatst wordt.

Webrichtlijnen versie 2

Verder is het opmerkelijk dat er al bijna twee jaar een nieuwe versie van de Webrichtlijnen is, maar dat je je website er nog steeds niet kunt toetsen op die nieuwe versie. Dan moet je ook niet raar opkijken als iemand vraagtekens zet bij het model van toetsen en het behalen van een waarmerk.

Zo’n onafhankelijk waarmerk wordt gezien als een belangrijke toets op de toegankelijkheid en bouwkwaliteit. Dat het zo lang moest duren voor er een nieuwe versie van de Webrichtlijnen gereed was en dat het nóg langer lijkt te gaan duren voordat er op getoetst kan worden is een signaal. Een belangrijk signaal dat het proces op slot zit.

Iedereen moet zijn zegje doen over de Webrichtlijnen – inmiddels zijn er bijna meer mensen betrokken bij de besluitvorming (als expert of adviseur) dan er toegankelijke sites zijn. Als al die uren die er over vergaderd, gelobbyd, geadviseerd en besloten werd gebruikt waren om te werken aan betere websites die niemand buitensluiten, dan stonden de Nederlandse overheidswebsites er nu echt beter voor.

Normen? Of echte dienstverlening?

Zo’n waarmerk zegt vooral iets over de technische toestand van de website. En ja, in veel gevallen staat het er nog niet perfect bij. Misschien is die beperkte toegankelijkheid trouwens juist goede dienstverlening. Iemand die afhankelijk is van een screenreader en/of andere hulpmiddelen heeft namelijk veel eerder door dat overheidsorganisaties vooral bezig zijn met het inrichten van systemen, in plaats van het makkelijker maken van dienstverlening voor de burgers.

Iedereen die wel eens een overheidswebsite heeft bezocht komt er grote of kleine problemen tegen: onbegrijpelijke teksten, zoektochten naar de juiste informatie en formulieren die de burger niet helpen, maar zich slechts dom laten voelen. Hoe sneller het duidelijk is dat de overheid of gemeente er niet voor jou is, hoe beter.

Alleen jammer dat dat een groot probleem wordt als websites de enige manier zijn om nog met jouw overheid te kunnen communiceren…

Doel of middel

Als een overheid er niet voor al haar burgers wil zijn, dan helpt een waarmerk echt niet. Op dit moment is het waarmerk een stok om de ambtenaar mee te slaan. Het is een wortel die de wethouder wordt voorgehouden. De Webrichtlijnen waren voor mij nooit een doel, ze waren slechts een middel. Maar dankzij de toetsing en het waarmerk achteraf zijn ze helaas wel een doel geworden voor stichtingen, normcommissies, werkgroepen, ministeries, gemeenten en beheerorganisaties. We kunnen allemaal zeggen dat het niet zo is of zou moeten zijn, maar de praktijk is echt anders. En iedereen weet het.

Het is voorbij

Webrichtlijnen met je waarmerk… tussen ons is het voorbij. Ik ga je niet helpen bij het invullen van een alt-tekst. Ik ga je niet helpen bij je CMS. Ik help je niet als je doel het halen van een waarmerk is.

Zullen we het gaan hebben over echte dienstverlening die precies wordt ingericht op de behoefte van de doelgroep? Als je dat doet, dan zijn de richtlijnen het fundament voor een goede dienstverlening.

Kom maar terug als je weet dat de techniek dienend is, kom maar terug als je die leveranciers niet meer op hun blauwe ogen wilt geloven. Kom terug als je je site, intranet of digitale dienstverlening écht aan wilt laten sluiten op bestaande behoeften.

Kom terug als je een offerteaanvraag serieus wil gaan doen. Kom maar terug als je echt het gesprek met je burgers aan durft te gaan. Kom maar terug als je je organisatie wil omvormen en ziet dat die Webrichtlijnen niets meer zijn dan de fundering van iets veel groters en mooiers.